Web Stats
Visstekken
Vis-technieken
Trailerhellingen
Visgidsen
visserijnieuws
Vangstberichten
Buienradar
Sportvisserij Ned
P.O.S
HSV Almere
Waterhoogte-stroming
Golfhoogte kust gebied
Totalfishing
Metersnoeken
Visserijnieuws
Jachthaven/helling
Camping Waterhout
Karper online
VVV Almere
Gastenboek
Home
HSV Zeewolde
HSV Lelystad
SNB (Snoek)
Hengelsport Naarden
Aalscholvers
Haddock watersport
SEA TEMPERATURE
Visclub beheer
Tools HSV beheer
Info vissoorten.
E.U. Visserijbeleid
Voorkomende roofvissen Het vissen op roofvis heeft de laatste jaren een sterke toename gekend. Het volgt daarmee de trend tot meer specialisatie in de hengelsport, zoals het karpervissen, vliegvissen, wedstrijdvissen, enz… De toenemende aandacht voor roofvis heeft o.a. geleid tot een volledig meeneemverbod voor snoek in Nederland Het is immers de bedoeling de roofvisstand beter te beschermen en de vangstmogelijkheden in Nederland te laten groeien, tot plezier van allen. Snoek, snoekbaars en baars zijn de drie klassieke en vrij algemeen voorkomende roofvissoorten in Flevolandse wateren. Kenmerk van roofvissen is dat zij zich hoofdzakelijk voeden met andere, meestal levende vissen. Wist je dat deze drie vissen, in het bijzonder snoekbaars, ook dode vissen eten en dus ook aaseters zijn? Ook paling is een roofvis. Op jonge leeftijd voedt hij zich met allerhande levende en kleinere organismen. Vanaf 50-60 cm staat voornamelijk levende en dode vis op het menu en zijn het dus volwaardige roofvissen. De snoek spreekt ongetwijfeld het meest tot de verbeelding. Het is - na de Europese meerval - de grootste van nature voorkomende vissoort in onze streken en kan een lengte bereiken van meer dan 130 cm bij een gewicht van meer dan 20 kg. Het Nederlandse record staat op maar liefst 133cm. Grote Snoek is de laatste decennia in Flevoland geen zeldzaamheid meer geworden. Ongebreideld meenemen was een van de oorzaken van een * snoek in bezit verbod *., maar snoek stelt ook hoge eisen aan zijn biotoop. Om zich te kunnen beschermen en voort te planten heeft hij waterplanten en oevervegetatie nodig. Op vele wateren, zoals kanalen en grote diepe plassen, is dit nauwelijks aanwezig en is het bijna onmogelijk dat hier zich een normale snoekstand ontwikkeld. Baars is algemeen voorkomend in hollandse waterlopen. Hij stelt minder eisen aan het biotoop en komt dus vrij veel in kanalen en rivieren voor. Ook in grote diepe zandplassen gedijt hij goed. Baars kan behoorlijk groot worden. Exemplaren van meer dan 50 cm en tot 3 kg komen voor, ook hier in Flevoland. Snoekbaars is een betrekkelijk nieuwe roofvis van oorsprong komt hij uit midden Europa en heeft door diverse kanalen die het gebied van de Donau en de Rijn met elkaar verbinden, bijna 100 jaar geleden onze wateren bereikt. Snoekbaars is geen kruising van snoek en baars, maar een geheel eigen soort die wel meer verwant is met de baars. Snoekbaarzen kunnen tot ongeveer 1 m groot worden en 10 kg wegen, maar dit zijn echt al uitzonderingen. De laatste jaren zijn er nog meer nieuwkomers: De meerval en de roofblei. Beide zijn nog vrij zeldzaam, maar hun opmars is gestaag. Uit rivieren zoals de Grensmaas worden regelmatig vangsten gemeld. Vooral de roofblei heeft een grote toekomst. Ongeveer 10 jaar geleden werden in Nederland de eerste kleine roofbleitjes gevangen, nu komen exemplaren voor van 70 cm en meer en zijn vangsten van 5 of meer stuks per dag niet meer uitzonderlijk. Roofbleien kunnen tot bijna een meter lang worden. De Europese meerval, en dan bedoelen we niet de Amerikaanse dwergmeerval (ook wel “katvis” genoemd) die soms veel voorkomt op kleinere vijvers, is een geval apart. Ook deze is betrekkelijk nieuw in onze contreien, maar kan tot gigantische afmetingen uitgroeien: meer dan 2 m en meer dan 100 kg zwaar. In de Flevopolder zijn vangsten van echte grote Europese meervallen nog vrij zeldzaam, maar ook daar komt stilaan denk ik wel verandering in. Roofvis; een noodzaak voor een gezond viswater Gezond viswater kan enkel bij een goede roofvisstand. Roofvissen voorkomen dat de visstand (vooral witvis en karper) te groot wordt en dat voedseltekort, dwerggroei en degeneratie ontstaan. Bovendien schakelen ze zieke en verzwakte exemplaren uit, die een gemakkelijke prooi zijn. Wanneer de roofvisstand zich te sterk zou ontwikkelen, reguleert deze zichzelf. Alle roofvissen plegen kannibalisme, zeker wanneer het normale voedselaanbod van prooivis beperkt is en gaan dan ook trager groeien. De hoeveelheid roofvis en prooivis kan per water erg verschillen naargelang de waterkwaliteit en de hoeveelheid waterplanten, maar bij de meeste van onze binnenwateren is de verhouding roofvis/prooivis redelijk goed . Echter de aalscholver eet toch mogelijk ,veel meer witvis (brasem en blankvoorn) dan wij vermoeden op dit moment. Mogelijke gevolgen : te weinig voedsel, ongezonde vissen, geen natuurlijke aanwas en soms massale sterfte tijdens de zomermaanden. Feit is ook ,dat vrijwel alle populaire hengelwateren in het buitenland zonder de aalscholvers een erg goede roofvisstand hebben (Ierland, Denemarken, Zweden, Finland) en ook een erg goede witvisstand hebben, zonder de minste bijkomende uitzetting of massale vissterfte,
Vissen op roofvis:. Roofvishengelen, het vissen op roofvis, is een aparte tak in de hengelsport. Niet zozeer de vissoort is belangrijk, wel de keuze van de techniek en de aassoorten. Het vissen op roofvis kenmerkt zich doordat men als aas een levende of dode vis gebruikt of kunstaas dat een levende vis nabootst. Iemand die met een vaste hengel vist en met een made baars vangt is in deze optiek minder een echte roofvis hengelaar. Ook paling vissen met een regenworm valt niet onder het vissen op roofvis. Het vissen op roofvis kenmerkt zich door de techniek en de aaskeuze. Er zijn 3 mogelijkheden: · met een levende aasvis · met een dode aasvis (zowel vers dood aas, als diepvries, of een stukje vis) · met kunstaas, dat een levende aasvis imiteert Elke manier heeft zijn specifieke vistechnieken. Over het algemeen is het vissen met levende en dode aasvis wat passiever en blijft men langer op een plaats. Goede stekken kan men dus intensiever bevissen. Kunstaas vangt alleen als het beweegt en dit vraagt een grotere activiteit van de visser. Men vist dus op dezelfde tijd een groter stuk water af. Elke manier heeft zijn voor- en nadelen en zo ook zijn aanhangers. De zeer uiteenlopende vistechnieken kan het vissen op roofvis erg afwisselend maken. Techniek bij het vissen met een levende aasvis He gebruik van een levende aasvis is in Vlaanderen, in tegenstelling tot andere landen, waaronder Nederland en Ierland, nog steeds toegestaan. Regel een bij het vissen met levend aas is voorkomen dat de aasvis wordt geslikt. Want dan is het erg moeilijk de snoek levend terug te zetten. Door gebruik te maken van een zogenaamde takel met 2 of meer haken kan met succes al 5 tot 10 seconden na de aanbeet worden aangeslaan. De aasvis en de takel zitten dan voor in de bek van de roofvis en er kan dan snel worden onthaakt en teruggezet. NOOT* Vissen met levend aas is in de Nederlandse visserijwet verboden. . Techniek bij het vissen met een dode aasvis Onder dood aas verstaan we natuurlijk aas (dus geen kunstaas) dat eerst gedood wordt. Het kan gaan om aasvissen die we ook levend gebruiken (voorn, brasem, alver, als om natuurlijk aas dat we dood aanschaffen. Je zou het misschien niet denken, maar het gebruik van een stuk makreel, een kleine haring of sardien is vaak erg succesrijk. De specifieke geur van dit aas oefent op de roofvissen een speciale aantrekkingskracht uit. Ook hier gebruiken we een takel zodat we kort na de aanbeet kunnen aanslaan en de gevangen vis zonder problemen kunnen terugzetten. Vissen met dood aas kan actief en passief. Bij een passieve manier vissen we een beperkt gebied af door het aas langere tijd op een plek te laten liggen. De techniek doet een beetje denken aan het karpervissen, vaak wordt hier ook gevoerd met stukken dood aas. Bij een meer actieve manier proberen we door traag binnenvissen een levende aasvis te imiteren. Hierbij wordt de aasvis op een wat stevigere werptakel geplaatst omdat het aas vaak moet worden ingeworpen. Ook slepen vanuit een traag varende boot is mogelijk. Techniek bij het vissen met kunstaas Deze vorm heeft de laatste jaren veel aan populariteit gewonnen. Het ruime aanbod aan nieuwe types kunstaas en technieken heeft hier zeker toe bijgedragen. Groot voordeel is dat een gevangen roofvis bijna altijd goed kan worden onthaakt en teruggezet. Het vissen met kunstaas is aantrekkelijk omdat de eigen techniek van de visser de vangkracht bepaalt. Kunstaas dat bewegingsloos in het water ligt, heeft immers bijna geen vangkracht. Voor veel vissers geeft het vangen met kunstaas dan ook veel meer een tevreden gevoel. Vroeger werd bijna enkel de spinner gebruikt. Tot een tiental jaren geleden was ander kunstaas als lepels, pluggen of twisters een zeldzame verschijning. De laatste jaren is het gebruik van deze vormen sterk toegenomen. Vooral het specifiek verticaalvissen op snoekbaars me shads en allerlei vormen van twisters heeft een erg hoge vlucht genomen. De meest voorkomende types kunstaas zijn: Spinner: wellicht de meest bekende vorm; een los, metalen blad op een as gemonteerd dat bij het binnenvissen een ronddraaiende beweging maakt en trillingen veroorzaakt. Lepel: een metalen blad dat niet op een as is gemonteerd en dat bij het binnenvissen een schommelende of soms ook ronddraaiende beweging maakt. Plug: een meestal houten of plastic nabootsing van een aasvis met vooraan een schoep of zwemlip die de plug bij het binnenvissen een duikende en schommelende beweging geeft. Pluggen kunnen zowel drijvend als zinkend zijn. Ook drijvende pluggen duiken naar de diepte bij het binnenvissen. Jerkbait: vergelijkbaar met een plug, maar heeft geen zwemlip waardoor deze niet naar de diepte duikt. Een jerkbait wordt meestal schoksgewijs binnengevist. Shads en twister: nabootsingen van een aasvis uit zacht en rubberachtig plastic, gemonteerd op een haak met loodkop. Twisters hebben een langere gekrulde staart, shads hebben meestal een verdikte staart die een trillende beweging krijgt bij het binnenvissen. Vanzelfsprekend zijn er nog tal van zeer specifieke vormen of combinaties, zoals een spinner-twister combinatie, tandemspinners (spinners met 2 bladen), ratelpluggen, enz. Alle kunstaas krijgt pas vangkracht als men het beweegt. Grofweg zijn er 3 manieren: · Het uitwerpen en binnendraaien, dit kan zowel vanaf de kant als vanuit de boot. · Het slepen vanuit een varende boot, ook wel trollen genoemd. Het met kleine bewegingen verticaal op en neer bewegen van met name shads, twisters of ratelpluggen, voornamelijk toegepast vanuit een stilliggende of traag driftende boot Zet alle vis zoveel mogelijk terug;Catch & Release Een goede roofvisstand en weidelijk en respectvol vissen op roofvis begint bij het terugzetten van elke gevangen roofvis. Men noemt dit Catch & , een Engelse term die erop duidt dat dit in Engelstalige landen al lang wordt gedaan. Waar men vroeger uitsluitend viste voor de pan, is nu het hengelplezier het belangrijkste. En doordat de hengeldruk nog steeds toeneemt, is het terugzetten van vis de enige manier om de visstand te beschermen en erg dure nieuwe visuitzettingen te voorkomen. Bij goede behandeling overleeft de grote meerderheid van de vissen de vangst. Sinds 2006 is het trouwens wettelijk verplicht om elke gevangen snoek of karper levend terug te zetten. Voor snoekbaars en baars geldt geen meeneemverbod, maar ook hier is terugzetten het beste voor het op peil houden van de visstand. Het bestand aan roofvis reguleert zichzelf. Een overpopulatie is vrijwel onmogelijk doordat het teveel aan roofvis aan grotere soortgenoten ten prooi valt. Op sommige plaatsen is er een overbezetting aan bijvoorbeeld kleine baars, maar dit is vaak te wijten aan een tekort aan grote baars en andere roofvissen. Het terugzetten van roofvis loont dus de moeite en is noodzakelijk voor een regelmatige vangst van snoek, maar ook van een mooie baars of snoekbaars. Het spreekt vanzelf dat het vangen en verkopen van vis helemaal niet kan. Sportvissers vissen als hobby. Het verhandelen van vis staat hier lijnrecht tegenover. Men ontneemt zo ook het plezier van ander.
Respect voor de natuur Houd de vegetatie zoveel mogelijk intact Als we gaan vissen op roofvis dan zijn we op jacht. Dit houdt in dat we veel afstand afleggen te voet of per boot op zoek naar vis. Laten we beginnen met de hengelaar te voet. We verplaatsen ons in de oeverzone en dit is een zeer kwetsbare plaats in de natuur. Talrijke dieren vertoeven in deze zone en we kunnen dus veel soorten verstoren. Toon hier respect voor en blijft uit hun gebied in het broedseizoen. Gaan we jagend vissen er zijn er rietkragen, weet dan dat deze zeer kwetsbaar zijn. Het ondoordacht aanleggen van toegangsplaatsen dwars door het riet heeft al veel stof doen opwaaien, meestal in het nadeel van de hengelsport. Kijk dus uit en houd je aan de plaatselijke regels! Geen vuil langs de waterkant Achterlaten van vuil kan natuurlijk absoluut niet. Vooral het achterlaten van lange stukken visdraad (nylon of dyneema) is erg nefast voor watervogels. Werp oude of in de war geraakte vislijn niet zomaar weg, mar berg ze zelf op en deponeer ze in een afvalbak. Bevuilen van privégrond leidt meestal tot een definitief toegangsverbod voor alle vissers. De goeden bekopen het dus met de slechten. De meeste vissers, maar ook wandelaars hunkeren in hun vrije tijd naar stilte, respecteer dus de stilte en laat luidruchtige radio’s en dergelijke thuis. Mocht je onverhoopt een aaslijn of kunstaas in de wei aan de overkant hebben uitgegooid, trek de lijn dan niet stuk, vaak grazen er koeien. Een wandeling naar de overkant is dus nodig, niet alleen voor je onderlijn, ook voor de boer. Hekken: altijd sluiten Hebben we als visser geluk en mogen we op het land lopen van een gewillige boer, sluit dan elk hek onmiddellijk weer achter je. Klim zo weinig mogelijk over het hek, maar open en sluit het elke keer. Sommige oude hekken kunnen die soort belasting nu juist niet verdragen. Alleen zo kunnen we als sportvisser de toegang tot vele mooie visplaatsen behouden. Want vergeet niet; langs onbevaarbare waterlopen, poldergrachten en wateringen kan een privé-eigenaar het visrecht ten allen tijde intrekken en zal dat zeker doen indien hij teveel overlast ondervindt. Dril en behandeling van roofvis Het motto: zet alle vis levend terug In principe moeten we de vis zo behandelen dat hij levend en wel kan teruggezet worden. In Nederland is het terugzetten van snoek en karper verplicht. Voor overige vissen wordt aanbevolen dit zoveel mogelijk te doen. De periode volgend op de aanbeet bepaalt echter in grote mate of de vis gezond teruggezet kan worden. Daarom enkele tips om een mooie vis zo weinig mogelijk te beschadigen. Wil je een snoekbaars of baars meenemen voor eigen consumptie, dan kan dat nog altijd. Omgekeerd kan niet indien we de vis foutief behandelen. Gebruik een takel bij dood aas In combinatie met een levende of dode aasvis is een takel met een of meer dreggen een must. Enkel op deze manier kan je snel aanslaan en toch een grote kans hebben de vis te haken. Het alternatief dat men nog te vaak ziet enkele haak of een aangeregen visje met een dubbele haak werkt slikken van de aasvis in de hand, omdat men te lang moet wachten om met redelijke kans op succes de haak te zetten. Het spreekt voor zich dat te lang wachten met een takel helemaal uit den boze is. Maar met een goede takel is dit ook helemaal niet nodig. Aanslaan en het zetten van de haak Het gebruik van dikdradige dreggen, zoals je wel eens ziet in combinatie met Amerikaans kunstaas dat meestal voor roofvissen die hier niet voorkomen bedoeld is, is af te raden. Dunnere dreggen haken sneller en er is minder kracht vereist om de haak te zetten, waardoor het risico afneemt dat de snoek zichzelf kwetst tijdens de dril. Het onthaken op zich verloopt hierdoor ook vlotter, zodat de snoek sneller kan worden teruggezet. Zeker wanneer je ook nog eens de weerhaken op de dreg dichtknijpt. Soms is kunstaas ruim voorzien van drie dreggen waar twee ook zouden volstaan. Bouw daarom het kunstaas om naar 2 dreggen indien technisch mogelijk. Het onthaken zal veel beter en sneller gaan. Het drillen van de vis Rek de dril niet onnodig lang. Naarmate een dril langer duurt, verhoogt de kans op sterfte. Houd er ook rekening mee dat water in de zomer minder zuurstof dan winters, waardoor een vis in de zomer sneller uitgeput kan geraken. Gebruik geen overdreven licht materiaal, aan te licht materiaal (hengel en/of lijn) duurt een dril onnodig lang en verhoogt bovendien de kans op breuk. Dat dit nooit in het voordeel van de vis is, spreekt voor zich. Benut de demping die in de hengel ingebouwd is op de vluchtpogingen van de vis op te vangen. Dril nooit rechtstreeks op de draad om lijnbreuk te voorkomen. Landing van de vis Over dit onderwerp is al menig hoofdstuk geschreven in diverse hengelsportboeken. Moeten we een roofvis met de hand landen of een schepnet gebruiken? Bij de handlanding onderscheiden we de nekgreep en de kieuwgreep. De praktijk leert dat de kieuwgreep de voorkeur verdient. De kieuwgreep is toepasbaar vanaf de oever of vanuit een boot bij een duidelijk voor in de bek gehaakte vis en wanneer je als visser de haken duidelijk kan zien zitten. Bovendien moeten vanuit de boot de omstandigheden rustig zijn: weinig wind, weinig stroming, geen scheepvaart. Bij grote of zware vissen is het aan te bevelen de buik te ondersteunen bij het optillen. Laten hangen zonder ondersteuning is dan echt uit den boze. Het gebruik van een landingsnet is dan echt uit den boze. Het gebruik van een landingsnet is vooral aangewezen bij ruwe omstandigheden, wanneer de haken niet zichtbaar zijn of omstandigheden waarbij de dril zo kort mogelijk gehouden moet worden (bijvoorbeeld bij warm weer). Een rubber net verdient de voorkeur, dit beschermt de vishuid het best. Vissen tot 80 cm landen we bij voorkeur met de hand. De nekgreep kan, maar de kieuwgreep is beter. Vissen groter dan 85 cm kunnen niet meer met een nekgreep, hier is de kieuwgreep of het gebruik van een schepnet de enige mogelijkheid. Heb geen angst! Het komt nog te vaak voor dat de visser in een panieksituatie terecht komt na het aanschouwen van een kanjer, die met opengesperde muil het water laar exploderen en kopschuddend verwoede pogingen onderneemt om zich van het (kunst)aas te ontdoen. Angst kan voorkomen worden door, zeker in de beginperiode, met een ervaren roofvishengelaar op pad te gaan om de kneepjes van het landen en onthaken onder de knie te krijgen. Uitgerekend een ervaren visser kan je tonen hoe je rustig en met de juiste gereedschappen een roofvis succesvol kan landen en onthaken. Dit met de grootst mogelijke kans op een behouden release van de vis om zelf ongeschonden uit de strijd te komen. Want naast de vele scherpe tanden in de bek van de roofvis (vooral dan de snoek) zijn ook de loshangende dreggen niet ongevaarlijk voor de visser zelf. Ontelbaar zijn de verhalen van onfortuinlijke vissers die tijdens het onthaken onzacht in aanraking kwamen met de dreggen. Angst is tevens de grootste oorzaak waarom een vis tijdens het onthaken of tijdens het fotograferen onzacht op de grond terecht komt. Autorijden leer je toch niet uit een boekje? Onthaken van de vis Leg de vis op een zachte en natte ondergrond. Een onthaakmat zoals karpervissers vaak gebruiken is zo gek nog niet. Bevochtig de handen alvorens de vis te onthaken. Gebruik een lange, stevige puntbektang of arterieklem om de vis te onthaken. Indien de dreg ongunstig ingehaakt is, onthaak dan voorzichtig en doordacht. Knip de haakpunten door indien de gezondheid van de vis in gevaar zou komen. Een nieuwe dreg kost maar een fractie van de waarde van een mooie, gezonde kanjer, die nog voor veel nageslacht kan zorgen. Een stevige en scherpe draadkniptang is hiervoor onontbeerlijk. De eerder aangehaalde kieuwgreep, indien perfect uitgevoerd, zorgt er voor dat de bek netjes open scharniert en het kunstaas of aas vlot en snel verwijderd kan worden. Soms wil het wel eens helpen langs de kieuwen te onthaken, vooral als het kunstaas toch wat dieper zit of indien, uitzonderlijk, de haak in van de kieuwbogen terechtgekomen is. Ga vooral niet aan de kieuwbogen trekken, want dit is van de meest kwetsbare onderdelen van een vis. De hulp van een goede vismaat is uiterst handig in dit geval. Een foto: het beste leefnet, de mooiste herinnering Houd een fotosessie zo kort mogelijk, rekening houdend met de weersomstandigheden. Heel warm weer of vrieskou nopen tot uiterst snel terugzetten. Zorg dat fototoestel, meetlint en eventueel weegschaal binnen handbereik zijn, zodat zo weinig mogelijk tijd verloren wordt. Een mooie grote vis hoort niet in een leefnet of bewaarzak, maar moet zo vlug mogelijk terug vrij in het water. Een foto is het beste leefnet en de mooiste herinnering, levenslang. Terugzetten van de vis Gooi de vis niet achteloos terug, maar houd hem horizontaal in het water en wacht tot hij terug over voldoende energie beschikt om op eigen kracht weg te zwemmen. Indien dit na enige tijd niet echt lukt, kan je de vis voor- en achterwaarts bewegen, zodat zoveel mogelijk zuurstofrijk water tussen de kieuwen terecht komt. Dieper en kouder water opzoeken wil ook nog wel eens helpen. Indien de vis twijfelend in de diepte verdwijnt, houd dan toch nog even de omgeving in de gaten, in het geval de vis toch terug aan de oppervlakte zou verschijnen. Probeer de vis opnieuw vast te grijpen en doe verder met het begeleiden. Vissen op dieper water Vermijd het vissen op te grote diepte (meer dan 15 m), waardoor zogenaamde trommelzucht kan ontstaan bij de vis. Indien de vis op grote diepte wordt gehaakt en daarna te snel omhoog wordt gehaald, bestaat door de snel afnemende waterdruk het risico op trommelzucht. Hierbij kunnen de ogen gaan uitpuilen en komt de zwemblaas naar buiten. Vooral baars en snoekbaars zijn hier erg gevoelig voor. Vissen met trommelzucht hebben de grootste moeite om weer naar de diepte te duiken en overleven hun vangst vaak niet. . Vissen vanuit een boot: Gaat men bovendien ook nog eens met een boot te water, dan zijn ook de regels en wetten i.v.m.pleziervaart op de bevaarbare waterwegen van toepassing. Net zoals op de openbare weg gelden er ook voor de waterwegen verkeersregels. Met een aantal van deze komen we ook in aanraking, wanneer we achter de roofvis aangaan vanuit een boot Denken we maar aan zaken zoals een vaarbewijs, de toegelaten snelheid, verkeersborden en seinen, verplichte uitrusting, minimumleeftijd In harmonie met medegebruikers van het water Als kantvisser is het belangrijk om geen vuil achter te laten en de rust en stilte niet te verstoren. Er gelden in feite dezelfde gedragsregels als voor alle andere takken van de hengelsport. Als bootvisser bereikt men plaatsen waar de kantvisser niet kan komen, toch zijn er ook voor hen gedragsregels en misschien nog meer dan voor de kantvisser. Men heeft als bootvisser een grotere vrijheid die mogelijk bijkomende hinder kan veroorzaken voor andere vissers en ook watersporters. De belangrijkste gedragsregels zijn als volgt: · Respecteer alle wettelijke vaarregels, zeker die ten aanzien van de maximum vaarsnelheid en het vermijden van golfslag. Snel varen of hoge golven kan de oever aanzienlijk beschadigen en schade toebrengen aan schepen die afgemeerd liggen. · Houd een ruime afstand tot eventuele kantvissers en vaar zo nodig om. Voor een kantvisser is niets zo vervelend als een boot over zijn stek. · Probeer zoveel mogelijk uit de buurt te blijven van de stekken die ook goed vanaf de kant zijn te bevissen. De bootvisser heeft veel meer mogelijkheden dan de kantvisser en het is jammer voor de kantvisser als zijn areaal nog eens dubbel bevist wordt. · Let als trollende bootvisser extra goed op voor kantvissers met een werphengel (o.a. karpervissers) en voorkom dat de slepende lijn de lijn van de overige vissers meeneemt. Haal desnoods de lijn binnen als je een kantvisser passeert. · Laat gebieden waar veel andere watersporters aanwezig zijn (surfers, jetskiërs, zwemmers, zeilers) zoveel mogelijk links liggen. Vaak zijn zij gedurende het midden van de dag actief en dan nog een relatief beperkt aantal dagen per jaar. Kom eens terug als de rust is teruggekeerd. Weet dat andere watersporters een bootvisser minstens even hinderlijk vinden als omgekeerd. Een stilliggende bootvisser maakt hun sport nagenoeg onmogelijk. Aangezien jetskiën en waterskiën maar over een zeer beperkt gedeelte van het water is toegestaan, hebben zij geen uitwijkmogelijkheden, in tegenstelling tot bootvissers. · Blijf zoveel mogelijk uit de buurt van het vaarwater van de beroepsvaart. Door hun omvang hebben zij een grote dode hoek rondom hun schip. · Gooi nooit afval overboord. · Laat een boot enkel te water op de daarvoor voorziene plaatsen of trailerhellingen, dit om schade aan de over te voorkomen. · Meer niet aan op prive tereinen of waar dit verboden is, ook niet voor een korte pauze.
Waterlagen, plantengroei en het zuurstofgehalte Elke waterlaag heeft zijn eigen temperatuur en zuurstofgehalte. In het water zit maximaal 5% zuurstof van wat er normaal in de lucht aanwezig is. ... Hoe hoger de watertemperatuur, hoe minder zuurstof dus in de betreffende waterlaag. In de zomermaanden kan bij stilstaande wateren met veel waterplanten en een dikke modderbodem in de vroege ochtenduren bij hoge watertemperaturen ( 20/25 graden) een zeer laag zuurstofgehalte 1 t/m 3 voorkomen.De vis, mits nog aanwezig, is dan lusteloos en is dan niet tot azen te verleiden. Meestal herstelt het zuurstof gehalte zich binnen een a drie uur na zonsopgang. Zie ook de watergegevens op de site van de HSV BCW? (Beheers commissie wateren (plaatsnaam)) In de wintermaanden is de vis niet te verleiden in de vroege ochtend uren bij een watertemperatuur onder de 8 graden. De meeste vissen warmen zich dan eerst een beetje op aan de vroege zonnestralen en als je goed kijk dan kan je ze zien liggen zonnebaden in de eerste waterlaag net onder de oppervlakte in de luwte van de wind, van rietvelden of struiken. Op grootwater zie je dit verschijnsel ook als het water spiegelglad is. Ook de scholen aasvis liggen dan in de eerste waterlaag in de zonnestralen. Dat is ook een van de reden dat de aalscholvers zo makkelijk de scholen jonge vis vanuit de lucht kunnen opsporen op groot water. In deze periode heeft de roofvis niet de vut om zelf te jagen. Het wordt een ander verhaal als het aas dan vlak voor zijn neus wordt gegooid op een maximale diepte van 40 t/m 80 centimeter afhankelijk van het doorzicht omdat het aangeboden aas, dan boven of gelijk met de standplaats van de snoek moet blijven. Snoekbaars jaagt in de vroege ochtend uren op de nog verstopte aasvis in de bodem begroeiing. Bij hoge temperaturen overdag moet je de aasvis - roofvis zoeken op de schaduw volle plekken en overgangen naar diep water. In de avonduren zie je de aasvisjes weer aan de oppervlakte azen in de buurt van rietkragen, struiken of bomen. Vanuit de bomen, struiken vallen zaadjes, vruchten en diverse insecten of larven in het water, hetzelfde verhaal vanuit een rietzone. Een waar de aasvis is zit ook de roofvis. Soms liggen er wel 5 a 8 snoeken rondom een school aasvissen in de avonduren. Ook hier bied je het aas aan in de eerste of tweede waterlaag. Stel het water is 160 cm diep 4 waterlagen is 40 cm per waterlaag. Is het doorzicht van het water 60 cm dan bied je de aasvis aan op de grens tweede / derde waterlaag = 80 cm Is het water 1 meter diep ga dan op 45 / 55 cm zitten dus ook weer de grens 2 / 3 waterlaag. Zijn er geen vruchten of insecten aan de oppervlakte maakt dan met lokvoer een vak water aantrekkelijk voor de kleine aasvis met een voorn lokvoertje. En ga zelf dan vissen hoog in de tweede waterlaag als de diepte van een poldersloot Max 120 cm is. Voor kanalen met een diepte van meer als 180 cm heb ik als ik langs de oevers loop te struinen een klein witvis hengeltje bij mij om te kijken op welke diepte, en wat voor lengte aasvis daar te plekke zit. Deze gegevens zijn belangrijk voor de aanbieding diepte voor het roofvis aas. Bootvissers met een visschrijver aan boord zien tijdens het varen naar de stekken, al op welke waterlaag de scholen aasvissen rondzwemmen. Zwemmen die in de tweede waterlaag dan ga je natuurlijk niet op de bodem je aas aanbieden met alle risico dat er op de bodem ook nog eens 20 cm hoge planten groei zit. Want met dat laatste feit rekening houden vergeten nog wel eens een groot aantal roofvis vissers. Ook de witvissers zie je vaak geen rekening houden met de bodem begroeiing bij de opbouw van hun stek...!!! Gegevens over de watertemperatuur en het zuurstofgehalte kan je bij elke goede HSV wel op hun website vinden. Uit de HVR gegevens kan een HSV uit deze HVR gegevens opbouw van de witvisbestanden worden vast gesteld of enkele jaargangen witvis (lengtemaat) ontbreken. Dit lijkt onbelangrijk maar de roofvis weet dat wel en bij dressuur op dat vak water kan je hier dan rekening mee houden. Zie ook roofvis 3 aanbieding van het aas.
Hoe vindt ik de snoek: Snoeken liggen meestal in de nabijheid van overhangende voorwerpen die het onderliggende water in twee types water verdeeld betreffende de lichtsterkte. Let maar eens op in jachthavens ,waar meestal veel snoek aanwezig is. Er zijn altijd schaduw plekken en daarnaast een stuk water dat normaal belicht is door het daglicht. Het zelfde verschijnsel zie je ook bij bruggen pijlers riet of waterplanten. Een perfecte schuilplaats voor de roofvis omdat de langs zwemmende aasvis ik het belichte water makkelijker is te verassen door de roofvis uit het donkere water.Door gebruik te maken van deze theorie (gedachte) kan je het kunstaas over de scheidingslijn tussen het donkere en het lichte water laten lopen. De diepte kan verschillen. Stel het water is 160 cm diep ,je ziet de aasvis soms zwemmen ,het zicht in het water is 50 cm ,dan biedt ik mijn aas aan tussen in eerste en de tweede waterlaag niet dieper. Er zijn 4 waterlagen dus 160:4= 40cm per waterlaag Ik zit bijvoorbeeld op 60 cm diepte met mijn aas , de snoek staat op 100.cm diepte op een totale diepte van 160 cm van het water. Altijd raak dus. De hierboven beschreven methode is in de rustige fase van de roofvis, gaat hij echt jagen, dan zal je in dat stuk water gedurende deze vreetpartij diverse snoeken zien jagen in dat zelfde stuk water. De aasvissen springen letterlijk in grote groepen en in grote waaiers hoog uit het water. Soms gaat het met grof geweld zodat de snoeken zelf ook uit het water komen in hun jacht op de aasvis. Noteer het tijdstip !! Ben je van dit spektakel de enige getuigen geweest , dan komt er een moeilijke tijd voor je aan want je kan er namelijk niet over spreken met andere sportvissers, want binnen de kortste keren is de net ontdekte stek overbevist, en kan je weer weken zoeken naar een andere stek. Mijn ervaringen zijn opgebouwd uit de vele tips en methodes die werden gebruikt door vele andere sportvissers. Je kan dan persoonlijk met deze tips een eigen methode ontwikkelen voor je eigen vaste viswateren en opbouw van je vaste visstekken Wordt vervolgd :
Bij het aanbieden van het ( kunst) aas kunnen de roofvissers leuke truckjes uithalen die een meer natuurlijk gedrag nabootsen van het aangeboden aas.. Roofvissen gebruiken zomin mogelijk energie om een prooi te pakken. De keuze tussen een gezond een zwakkere prooi zal daarom altijd in het nadeel van de zwakkere soort uitvallen. Door een (massa )stuk veel gebruikt kunstaas type, een andere actie of zwemgedrag te geven door een simpele ingreep, kan dit bij dressuur op drukbezochte stekken het verschil van blanken of een succesvolle visdag zijn. Op een nieuwe stek aangekomen ,kijk ik de eerste keer ,hoe groot de mogelijke aasvissen zijn op dat vakje water met een klein witvishengeltje, en strooi ook wat voorn lokvoer over de gehele te bevissen stek van uit een positie . Zijn de aasvisjes 5 a 8 cm en licht van kleur , dan zal het aangeboden kunstaas dat ook zijn. Het bevestiging oogje van het kunstaas is wat naar links of rechts gedraaid zodat het kunstaas een beetje scheef als een zwakke of gewonde vis door het water gaat. Vis ik langzaam met een drijvend stuk kunstaas dat prik ik wat lood op 50 cm van het kustaas. Het kunstaas zwemt dan een stukje dieper en dan laat ik hem weer langzaam naar de oppervlakte dwarrelen door met de hengel lijn te geven. Het snel laten duiken doe ik ook met de hengel top. Op het klein kunstaas zet ik wel grotere haken (dreg) om losschieters en missers te voorkomen, doordat een te kleine haak bij grote snoek dan niet genoeg grip kan pakken. In de maanden sept okt kan de roofvis zich alleen maar concentreren op speldaas (jonge vis van 2 a 3 cm) dat gebeurd vaak door diverse snoeken tegelijk die om beurten dwars door een school speldaas heen zwemmen. Aan de oppervlakte zie je dan grote waaiers visjes uit het water springen. Door een baarkleurige plug je van 5 a 8 cm ook snel ook door de school speltaas te trekken is de kans zeer groot dat de snoek deze dan paktuit woede . Een kleine spinnertje doet het ook goed. Groter witvis aas als het natuurlijk aangeboden speldaas heeft de snoek geen belangstelling voor. Het is mij opgevallen dat op wateren met een hoge hengeldruk dit verschijnsel eerder plaats vind. Maar of dit te maken heeft met dressuur ben ik nog niet zeker van. Wel zag je dat de snoek soms wel 10 minuten in die weken voor dit verschijnsel naar een natuurlijk aangeboden aasvis (10 cm) lag te kijken,maar hem pakken kon je wel vergeten. Door dan de haak te verzetten bij de aasvis naar de buitenkant van de bek waardoor hij scheef door het water gaat pakte de snoek hem wel direct (zwakke vis zwemt scheef ). Bij gebruik van aasvissen tot 10 cm kan je direct aanslaan als hij wegloopt met alleen een neus dreg. Persoonlijk gebruik ik altijd een dreg ,en dan alleen door de neus aangeslagen. Sla je dan mis was de snoek kleiner als 40 cm of was de hoek tussen het aas en de hengel top groter als 45 graden waardoor de haak het vlees heeft gemist. In de maanden Okt t/m FEB gaat de roofvis vaak los na 14:00 uur, dat hangt wel een beetje af van de water temperatuur (lager als 14 graden) In het laatste en eerste kwartier voor volle maan, met uitzondering van 1 dag VOOR en NA de volle maan zijn de roofvissen actiever dan de rest van deze cyclus . De snoekbaars vindt je dan meestal op de ondiepe zandplaten. Meestal liggen dan de hoogte punten in deze periode van de aastijd van roofvis tussen 10:00 en 13:00 uur en vanaf 16:00 tot zonsondergang. Bij rustig weer opserveer dan een stuk water om te voorkomen dat je het feest mist als deze 100 meter verder plaats vind als waar jij je hengel heb uitgegooid. Op deze plekken zijn dan meestal ook de fuut en de meerkoet actief, het ijsvogeltje is ook vaak in de buurt van het speldaas op een tak boven het water. Bomen en riet die zaden, vruchten of insecten laten vallen in het water zijn altijd interessante locaties voor roofvisvissers. Zijn er nog vragen gebruik het gasten boek dan heeft een andere bezoeker er misschien ook nog wat aan.